Sporten
Woordenschat
- correrhardlopen
- nadarzwemmen
- el fútbolvoetbal
- el tenistennis
- el equipohet team
- el partidode wedstrijd
- ganarwinnen
- perderverliezen
- entrenartrainen
- el ciclismowielrennen
- la nataciónzwemmen
- el baloncestobasketbal
Poder en saber + infinitief
In het Spaans kunnen twee werkwoorden „kunnen” betekenen, maar ze hebben een andere betekenis:
- Poder drukt fysieke mogelijkheid of gelegenheid uit. Het gaat om iets op een bepaald moment kunnen doen.
- Saber drukt een aangeleerde vaardigheid of kennis uit.
Voorbeeld: ¿Sabes nadar? — Kun je zwemmen? (aangeleerde vaardigheid)
Voorbeeld: No puedo correr hoy, me duele la pierna. — Ik kan vandaag niet hardlopen, mijn been doet pijn. (fysieke mogelijkheid)
Jugar a, hacer en practicar + sport
In het Spaans hangt het werkwoord af van het soort sport:
- Jugar a + bal- of teamsporten: Juego al fútbol. (Ik voetbal.)
- Hacer + lichamelijke of sportieve activiteiten: Hago ciclismo. (Ik fiets.)
- Practicar + elke sport (formeler): Practico la natación. (Ik beoefen zwemmen.)
Voorbeeld: Jugamos al tenis los sábados. — We tennissen op zaterdag.
Voorbeeld: Mi hermano hace natación tres veces por semana. — Mijn broer zwemt drie keer per week.
Belangrijk: bij jugar gebruik je altijd het voorzetsel a gevolgd door het lidwoord: jugar al fútbol, jugar al baloncesto. Zeg nooit juego fútbol.
Uitdrukkingen
- ¡Vamos a ganar!Je team aanmoedigen voor een wedstrijd
- ¿Jugamos un partido?Voorstellen een wedstrijd te spelen
- Hago deporte tres veces por semana.Vertellen hoe vaak je sport
- ¿Sabes jugar al tenis?Vragen of iemand kan spelen
- El partido es el sábado.Vertellen wanneer een wedstrijd is
- Mi equipo ha ganado el campeonato.Aankondigen dat je team won
Veelgemaakte fouten
Sé correr muy rápido.Puedo correr muy rápido.**Sé correr muy rápido** is grammaticaal als aangeleerde vaardigheid. **Poder** past beter als je fysieke mogelijkheid op dit moment bedoelt.
Hago tenis los martes.Juego al tenis los martes.Voor tennis is **jugar al tenis** de gebruikelijke formulering; **hacer tenis** komt wel in sommige varianten voor.
Practico al ciclismo.Practico ciclismo.**Practicar** is rechtstreeks overgankelijk en krijgt geen voorzetsel: zeg **practico ciclismo**.
Quiero saber nadar pero no puedo.Quiero aprender a nadar pero no sé.Om te zeggen dat je een vaardigheid wilt leren, gebruik je **aprender a**. Geen vaardigheid hebben is **no sé**, niet **no puedo**.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «verliezen» in het Spaans?
De echte tutor Spaans woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

