Wat deed je gisteren?
Woordenschat
- ontemgisteren
- na semana passadavorige week
- trabalheiik werkte
- comiik at
- dormiik sliep
- faleiik sprak
- compreiik kocht
- cozinheiik kookte
- ligueiik belde
- limpeiik maakte schoon
- de manhã's ochtends
- à noite's avonds
Woordenschat: activiteiten in het verleden
Belangrijke woorden om in het Portugees te vertellen wat je gisteren en vorige week hebt gedaan.
De Pretérito Perfeito Simples (regelmatige werkwoorden)
In het Portugees is de pretérito perfeito simples de belangrijkste verleden tijd voor afgeronde handelingen. Hij werkt ongeveer zoals de onvoltooid verleden tijd in het Nederlands.
Hoe vorm je hem?
Regelmatige werkwoorden volgen voorspelbare patronen volgens hun uitgang:
- -ar-werkwoorden (falar): falei, falaste, falou, falámos, falaram
- -er-werkwoorden (comer): comi, comeste, comeu, comemos, comeram
- -ir-werkwoorden (dormir): dormi, dormiste, dormiu, dormimos, dormiram
Voorbeeld: "Ontem eu trabalhei o dia todo." — Gisteren werkte ik de hele dag.
Voorbeeld: "Ela comeu pizza ao jantar." — Zij at pizza als avondeten.
Tijdaanduidingen
- Ontem — gisteren
- Na semana passada — vorige week
- Anteontem — eergisteren
Deze tijdsaanduidingen laten je gesprekspartner weten dat je over een afgeronde gebeurtenis in het verleden praat.
Uitdrukkingen
- O que fizeste ontem?Vragen wat iemand gisteren deed
- Trabalhei o dia todo.Zeggen dat je de hele dag werkte
- Não fiz nada de especial.Zeggen dat je niets bijzonders deed
- Fiquei em casa.Zeggen dat je thuisbleef
- Foi um dia longo!Zeggen dat het een lange dag was
- Liguei para um amigo.Zeggen dat je een vriend belde
Veelgemaakte fouten
Eu comer pizza ontem.Eu comi pizza ontem.Gebruik de vervoegde verleden vorm comi, niet de infinitief comer.
Ela falou eu ontem.Ela falou comigo ontem.Gebruik comigo (met mij), niet eu na een werkwoord.
Ontem eu trabalhou.Ontem eu trabalhei.Trabalhou is de derde persoon; gebruik trabalhei bij eu.
Eu dormi na semana passado.Eu dormi na semana passada.Semana is vrouwelijk, dus het bijvoeglijk naamwoord is passada, niet passado.
Eu limpou a casa.Eu limpei a casa.Limpou is de derde persoon; gebruik limpei bij eu.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «ik belde» in het Portugees?
De echte tutor Portugees woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

