Sport
Woordenschat
- correrehardlopen
- nuotarezwemmen
- giocare a calciovoetballen
- tennistennis
- palestrasportschool
- allenamentotraining
- squadrateam
- campionatokampioenschap
- vincerewinnen
- medagliamedaille
- la squadrahet team
- l'allenamentode training
- la partitade wedstrijd
Frequentie en sportgewoonten
Frequentie uitdrukken
- ogni giorno → elke dag : Corro ogni giorno. (Ik loop elke dag hard.)
- una/due/tre volte alla settimana → één/twee/drie keer per week : Vado in palestra due volte alla settimana. (Ik ga twee keer per week naar de sportschool.)
- ogni mercoledì → elke woensdag : Giochiamo ogni mercoledì. (We spelen elke woensdag.)
- il fine settimana → in het weekend : Nuoto il fine settimana. (Ik zwem in het weekend.)
- sempre / spesso / a volte / mai → altijd / vaak / soms / nooit : Non gioco mai a tennis. (Ik tennis nooit.)
Giocare a + sport
Voor teamsporten of wedstrijdsporten:
"Gioco a calcio." (Ik voetbal.)
"Giochi a tennis?" (Tennis je?)
"Giochiamo a pallavolo." (We volleyballen.)
Fare + sport / activiteit
Voor lichamelijke activiteiten:
"Faccio yoga." (Ik doe aan yoga.)
"Fai nuoto?" (Zwem je?)
"Facciamo una passeggiata." (We maken een wandeling.)
Andare a + infinitief
Om een regelmatige activiteit te beschrijven:
"Vado a correre." (Ik ga hardlopen.)
"Vado a nuotare." (Ik ga zwemmen.)
"Andiamo a sciare." (We gaan skiën.)
Riuscire a + infinitief
Om vermogen of moeilijkheid uit te drukken:
"Non riesco a correre per più di un'ora." (Ik kan niet langer dan een uur hardlopen.)
"Riesci a nuotare?" (Kun je zwemmen?)
Stare + gerundium voor handelingen die bezig zijn
"Mi sto allenando per la maratona." (Ik train voor de marathon.)
"Stiamo giocando a calcetto." (We spelen zaalvoetbal.)
💬 Voorbeeld: "Vado a correre tre volte alla settimana e mi sto allenando per una maratona il prossimo anno." (Ik ga drie keer per week hardlopen en train voor een marathon volgend jaar.)
Uitdrukkingen
- Posso venire con te?Toestemming vragen om mee te doen
- Voglio imparare a nuotare.Zeggen dat je een sport wilt leren
- So giocare abbastanza bene.Vertellen over je niveau in een sport
- Ci alleniamo insieme.Voorstellen om samen te trainen
- Ha vinto la medaglia d'oro.Vertellen over een sportoverwinning
- Faccio sport tre volte a settimana.Zeggen hoe vaak je sport
- Tifi per quale squadra?Vragen voor welk team iemand is
- Abbiamo vinto/perso la partita.De uitslag van een wedstrijd noemen
Veelgemaakte fouten
Voglio giocare a calcio ieri.Ho giocato a calcio ieri.Volere + infinitief drukt een huidige of toekomstige intentie uit, geen handeling in het verleden.
So a giocare a tennis.So giocare a tennis.Sapere wordt rechtstreeks gevolgd door de infinitief, zonder voorzetsel.
Posso a correre domani.Posso correre domani.Potere wordt rechtstreeks gevolgd door de infinitief, zonder voorzetsel.
Gioco il tennis.Gioco a tennis.Giocare krijgt bij sporten het voorzetsel a.
La squadra hanno vinto.La squadra ha vinto.Squadra is enkelvoud; gebruik dus ha (derde persoon enkelvoud).
Faccio la palestra ogni giorno.Vado in palestra ogni giorno.Je zegt andare in palestra, niet fare la palestra.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «het team» in het Italiaans?
De echte tutor Italiaans woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

