🇮🇹 Italiaans · A1 · Dagelijks leven

Dagen en maanden

Milan

Woordenschat

  • lunedìmaandag
  • martedìdinsdag
  • mercoledìwoensdag
  • giovedìdonderdag
  • venerdìvrijdag
  • sabatozaterdag
  • domenicazondag
  • gennaiojanuari
  • marzomaart
  • oggivandaag
  • domanimorgen
  • ierigisteren
  • la stagionehet seizoen
  • l'annohet jaar
  • lunedì → maandag
  • martedì → dinsdag
  • mercoledì → woensdag
  • giovedì → donderdag
  • venerdì → vrijdag
  • sabato → zaterdag
  • domenica → zondag
  • gennaio → januari
  • marzo → maart
  • oggi → vandaag
  • domani → morgen
  • ieri → gisteren

Tijdvoorzetsels in het Italiaans

In het Italiaans veranderen tijdvoorzetsels naargelang het soort tijdsaanduiding. Hieronder vind je een overzicht.

Bij dagen van de week:

  • di + dag (gewoonte / elke) → Di lunedì vado in palestra. (Op maandag / Elke maandag ga ik naar de sportschool.)
  • il + dag (specifieke keer) → Il lunedì parto per Roma. (Deze/volgende maandag vertrek ik naar Rome.)

Let op: dagen van de week krijgen in het Italiaans geen hoofdletter: lunedì, martedì, mercoledì, giovedì, venerdì, sabato, domenica.

Bij maanden:

  • a + maand of in + maand: a gennaio / in gennaio (in januari)
  • Il mio compleanno è a marzo. → Mijn verjaardag is in maart.

Bij seizoenen:

  • primavera (lente) → in / di → in primavera, di primavera
  • estate (zomer) → in / d' → in estate, d'estate
  • autunno (herfst) → in / d' → in autunno, d'autunno
  • inverno (winter) → in / d' → in inverno, d'inverno

Bij dagdelen:

  • di mattina → 's ochtends
  • di pomeriggio → 's middags
  • di sera → 's avonds
  • di notte → 's nachts

Bij jaren en data:

  • nel + jaar: nel 2024 (in 2024)
  • il + getal + maand: il 5 marzo (op 5 maart)

💬 Esempio: "Di lunedì vado in palestra." → "Op maandag ga ik naar de sportschool."

💬 Esempio: "Partiamo a gennaio." → "We vertrekken in januari."

💬 Esempio: "D'estate andiamo al mare." → "In de zomer gaan we naar zee."

  • Di lunedì → Op maandag (gewoonte)
  • A marzo → In maart
  • In estate → In de zomer
  • Oggi è lunedì → Vandaag is het maandag
  • Il mese prossimo → Volgende maand
  • ❌ "Vado in palestra in lunedì" → ✅ "Vado in palestra di lunedì"
  • ❌ "Parto in gennaio" → ✅ "Parto a gennaio"
  • ❌ "Di estate vado al mare" → ✅ "In estate vado al mare"
  • ❌ "Lunedì è oggi" → ✅ "Oggi è lunedì"
Florence

Uitdrukkingen

  • Di lunedìEen maandaggewoonte uitdrukken
  • A marzoNaar een bepaalde maand verwijzen
  • In estateNaar een seizoen verwijzen
  • Oggi è lunedìZeggen welke dag het is
  • Il mese prossimoOver volgende maand praten
  • Quando è il tuo compleanno?Iemands verjaardag vragen
  • Il primo gennaioEen datum met rangtelwoord geven
  • La settimana prossimaOver volgende week praten

Veelgemaakte fouten

  • Vado in palestra in lunedì
    Vado in palestra di lunedì

    Gebruik bij een wekelijkse gewoonte di, niet in.

  • Lunedì è oggi
    Oggi è lunedì

    "Lunedì è oggi" is grammaticaal mogelijk, maar oggi è lunedì is de gewone woordvolgorde.

  • In Lunedì vado al lavoro.
    Lunedì vado al lavoro.

    Dagen van de week krijgen in het Italiaans geen voorzetsel "in".

Korte quiz

Vraag 1 van 5

Hoe zeg je «vrijdag» in het Italiaans?

Dit is de miniversie

De echte tutor Italiaans woont in de app

Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:

  • Gesprek

    Echte gesprekken met je AI-tutor

  • Luisteren

    Korte verhalen en dialogen met begripsvragen

  • Slimme kaarten

    Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet

  • Je coach Mio

    Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken