Samenwonen
Woordenschat
- une colocationeen gedeeld appartement
- un(e) colocataireeen huisgenoot
- les tâches ménagèreshuishoudelijke taken
- le ménagehet schoonmaken
- faire la vaissellede afwas doen
- passer l'aspirateurstofzuigen
- un planningeen schema
- se répartirverdelen
- les coursesde boodschappen
- les parties communesde gemeenschappelijke ruimtes
Deze les behandelt woordenschat voor samenwonen en oefent het uitdrukken van verplichting en suggesties.
Een verplichting uitdrukken: verschillende constructies zijn mogelijk:
- Il faut + infinitif: Il faut faire la vaisselle (De afwas moet worden gedaan)
- On doit + infinitif: On doit respecter le planning (We moeten ons aan het schema houden)
- Chacun doit…: Chacun doit ranger ses affaires (Iedereen moet zijn spullen opruimen)
Suggesties doen met de voorwaardelijke wijs: On pourrait faire un planning (We zouden een schema kunnen maken), Ce serait bien de se répartir les tâches (Het zou goed zijn om de taken te verdelen).
Frequentie uitdrukken: chaque semaine (elke week), à tour de rôle (om de beurt), une fois par semaine (een keer per week), tous les jours (elke dag).
Het voornaamwoord "chacun" is handig voor regels: Chacun fait sa part (Iedereen doet zijn deel). Het krijgt altijd een enkelvoudige vervoeging.
La coloc' in Frankrijk is erg populair bij studenten en jonge professionals. Websites zoals lacartedescolocs.fr helpen bij het vinden van huisgenoten. Duidelijke afspraken over taken, lawaai en gasten maken samenwonen makkelijker.
Uitdrukkingen
- C'est à qui de faire la vaisselle ?Wie is er aan de beurt voor de afwas?
- On fait les courses ensemble ?Zullen we samen boodschappen doen?
- Chacun son tourIedereen komt aan de beurt
- Il faudrait qu'on en parleWe zouden erover moeten praten
- Je préfère qu'on se mette d'accordIk heb liever dat we het eens worden
- Tu pourrais ranger tes affaires ?Zou je je spullen kunnen opruimen?
- On se partage les fraisWe delen de kosten
Veelgemaakte fouten
Chacun doivent faire leur part.Chacun doit faire sa part.Chacun is enkelvoud; gebruik dus doit (niet doivent) en sa (niet leur).
On doit de respecter le planning.On doit respecter le planning.Devoir wordt rechtstreeks gevolgd door de infinitief, zonder de.
C'est à qui de faire les vaisselles ?C'est à qui de faire la vaisselle ?La vaisselle staat in deze uitdrukking altijd in het enkelvoud.
Je passe l'aspirateur chaque les jours.Je passe l'aspirateur tous les jours.Gebruik tous les jours (elke dag), niet chaque les jours. Chaque krijgt een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: chaque jour.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «een schema» in het Frans?
De echte tutor Frans woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

