De seizoenen
Woordenschat
- primaveralente
- veranozomer
- otoñoherfst
- inviernowinter
- florecerbloeien
- nievesneeuw
- cosechaoogst
- húmedovochtig
- templadozacht / gematigd
- heladoijskoud / bevroren
- lluviosoregenachtig
- soleadozonnig
- frescokoel / fris
- calurosoheet / warm (weer)
- estaciónseizoen
- primavera → lente
- verano → zomer
- otoño → herfst
- invierno → winter
- florecer → bloeien
- nieve → sneeuw
- cosecha → oogst
- húmedo → vochtig
- templado → zacht / gematigd
- helado → ijskoud / bevroren
- lluvioso → regenachtig
- soleado → zonnig
- fresco → koel / fris
- caluroso → heet / warm (weer)
- estación → seizoen
Tegenwoordige tijd voor gewoonten per seizoen
In het Spaans gebruik je de tegenwoordige tijd om te vertellen wat je gewoonlijk in een bepaald seizoen doet. Net als in het Nederlands gebruik je daarvoor de gewone tegenwoordige tijd.
- En verano nado en el mar. → In de zomer zwem ik in zee.
- En invierno bebemos chocolate caliente. → In de winter drinken we warme chocolademelk.
Tijdsaanduidingen: en + seizoen
Om „in de zomer”, „in de winter” enzovoort te zeggen, gebruikt het Spaans en + het seizoen:
- en primavera → in de lente
- en verano → in de zomer
- en otoño → in de herfst
- en invierno → in de winter
Voorbeeld: "En primavera las flores florecen." → "In de lente bloeien de bloemen."
Regelmatige werkwoorden op -ar in de tegenwoordige tijd (herhaling)
- yo → -o → nado
- tú → -as → nadas
- él/ella → -a → nada
- nosotros → -amos → nadamos
- ellos/ellas → -an → nadan
Voorbeeld: "En verano nosotros nadamos todos los días." → "In de zomer zwemmen we elke dag."
Uitdrukkingen
- En verano hace mucho calor.Zomerweer beschrijven
- Me encanta la primavera.Een favoriet seizoen noemen
- En invierno nieva mucho aquí.Over winterse omstandigheden praten
- Las hojas caen en otoño.Een herfstsfeer beschrijven
- ¿Cuál es tu estación favorita?Iemands favoriete seizoen vragen
- Siempre vamos a la playa en agosto.Over plannen per seizoen praten
Veelgemaakte fouten
En el verano nado.En verano nado.Bij seizoenen gebruikt het Spaans geen lidwoord. Zeg en verano, niet en el verano.
Hace mucho caliente en verano.Hace mucho calor en verano.Bij hacer + weer gebruik je het zelfstandig naamwoord calor, niet het bijvoeglijk naamwoord caliente.
En invierno yo soy frío.En invierno tengo frío.In het Spaans heb je het koud (tengo frío); je bent niet koud (soy frío).
La primavera es mi favorito estación.La primavera es mi estación favorita.Favorita komt na het zelfstandig naamwoord en moet ermee overeenkomen: estación is vrouwelijk, dus favorita.
En otoño las hojas cain.En otoño las hojas caen.Caer is onregelmatig: caen (ze vallen), niet cain.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «seizoen» in het Spaans?
De echte tutor Spaans woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

