Hoe is het weer?
Woordenschat
- solzon
- lluviaregen
- fríokou
- calorwarmte / warm
- nubladobewolkt
- vientowind
- nievesneeuw
- tiempoweer
- hoyvandaag
- temperaturatemperatuur
Over het weer praten in het Spaans
Het weer is een van de meest voorkomende onderwerpen voor een praatje. In het Spaans zijn er twee hoofdpatronen om het weer te beschrijven.
Hace + zelfstandig naamwoord
Het werkwoord hacer (letterlijk „doen/maken”) gebruik je met zelfstandige naamwoorden voor de meeste weersomstandigheden:
- Hace sol. (Het is zonnig.)
- Hace frío. (Het is koud.)
- Hace calor. (Het is warm.)
- Hace viento. (Het waait.)
- Hace buen tiempo. (Het weer is mooi.)
- Hace mal tiempo. (Het weer is slecht.)
Belangrijk: voeg geen lidwoord toe: Hace el sol is fout. Zeg gewoon Hace sol.
Está + bijvoeglijk naamwoord
Gebruik estar met bijvoeglijke naamwoorden om de lucht of de algemene weersgesteldheid te beschrijven:
- Está nublado. (Het is bewolkt.)
- Está soleado. (Het is zonnig.)
- Está lloviendo. (Het regent.)
- Está nevando. (Het sneeuwt.)
Andere weerwerkwoorden
Voor sommige weersomstandigheden gebruik je specifieke werkwoorden:
- Llover (regenen): Llueve mucho en abril. (In april regent het veel.)
- Nevar (sneeuwen): Nieva en las montañas. (In de bergen sneeuwt het.)
Vragen naar het weer
- ¿Qué tiempo hace? — Hoe is het weer?
- ¿Qué tiempo hace hoy? — Hoe is het weer vandaag?
Ejemplo: "Hoy hace sol y calor. No está nublado. Es un buen día para ir a la playa." — „Vandaag is het zonnig en warm. Het is niet bewolkt. Het is een mooie dag om naar het strand te gaan.”
Uitdrukkingen
- ¿Qué tiempo hace hoy?Vragen naar het weer van vandaag
- Hace mucho calor.Zeggen dat het erg warm is
- Está lloviendo.Zeggen dat het nu regent
- Hoy hace buen tiempo.Zeggen dat het weer vandaag mooi is
- Necesito un paraguas, llueve.Zeggen dat je een paraplu nodig hebt
- Hace frío, necesito un abrigo.Zeggen dat het koud is en je een jas nodig hebt
- ¡Qué día tan bonito!Uitroepen dat het een mooie dag is
- Mañana va a nevar.Zeggen dat het morgen zal sneeuwen
Veelgemaakte fouten
Es calor hoy.Hace calor hoy.Gebruik hace, niet es/está, met woorden als calor, frío, sol en viento.
Hace el frío.Hace frío.Gebruik geen lidwoord tussen hace en het weerwoord.
Hace nublado.Está nublado.Gebruik está, niet hace, met bijvoeglijke naamwoorden als nublado en soleado.
Hace lloviendo.Está lloviendo.Gebruik está + gerundium voor een weershandeling die nu plaatsvindt, niet hace.
El tiempo es frío hoy.Hoy hace frío.De gebruikelijke manier om koud weer uit te drukken is hace frío, niet el tiempo es frío.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «weer» in het Spaans?
De echte tutor Spaans woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

