🇵🇱 Pools · A2 · Hobby's en vrije tijd
Sport en vaardigheden
Woordenschat
- biegaćrennen
- pływaćzwemmen
- jeździć na rowerzefietsen
- wygrywaćwinnen
- ćwiczyćtrainen
Sportwoordenschat in het Pools
Zo zeg je dat je een sport beoefent:
- grać w + accusatief: Gram w piłkę nożną. = Ik speel voetbal.
- uprawiać + accusatief: Uprawiam tenis. = Ik speel tennis.
- chodzić na + accusatief: Chodzę na basen. = Ik ga naar het zwembad.
Vaardigheden met umieć/móc:
- Umiem pływać. = Ik kan zwemmen. (Ik weet hoe het moet.)
- Nie umiem jeździć na nartach. = Ik kan niet skiën.
Sportnamen:
- piłka nożna = voetbal
- tenis = tennis
- koszykówka = basketbal
- siatkówka = volleybal
- pływanie = zwemmen
Uitdrukkingen
- Gram w piłkę nożną co tydzień.Ik speel elke week voetbal.
- Umiem pływać, ale nie bardzo dobrze.Ik kan zwemmen, maar niet erg goed.
- Nasza drużyna wygrała mecz!Ons team heeft de wedstrijd gewonnen!
Veelgemaakte fouten
Gram piłkę nożnąGram w piłkę nożnąBij grać hoort w vóór de naam van de sport.
Umiem pływać dobrze nieUmiem dobrze pływać / Nie umiem dobrze pływaćNie staat vóór het werkwoord, niet aan het einde.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «rennen» in het Pools?
De echte tutor Pools woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

