Sport en vaardigheden
Woordenschat
- swimzwemmen
- runrennen
- cyclefietsen
- skiskiën
- climbklimmen
- gymsportschool
- tournamenttoernooi
- teamteam
- scorescore, scoren
- winwinnen
- loseverliezen
- courtbaan, veld
- coachcoach, trainer
- warm upopwarmen
Can / Can't en play / do / go + sport
Can en can't om over vaardigheden te praten
- I can swim very well. → Ik kan heel goed zwemmen.
- She can't ski. → Zij kan niet skiën.
- Can you ride a bike? → Kun je fietsen?
Let op: can verandert niet met de persoon — dus geen -s bij de derde persoon!
Play, do of go met sporten?
In het Engels hangt het werkwoord bij een sport af van het soort activiteit:
PLAY → balsporten of teamsporten:
- play football, play tennis, play basketball, play golf
DO → individuele sporten, vechtsporten en fitnessactiviteiten:
- do yoga, do gymnastics, do martial arts, do athletics
GO → activiteiten waarbij je beweegt (werkwoord op -ing):
- go swimming, go skiing, go running, go cycling, go hiking
Voorbeelden
- I play tennis twice a week. → Ik speel twee keer per week tennis.
- She does yoga every morning. → Zij doet elke ochtend yoga.
- We go cycling on weekends. → We fietsen in het weekend.
Uitdrukkingen
- I go running three times a weekVertellen hoe vaak je sport
- I can't swim very wellToegeven dat je een sport niet goed beheerst
- We have a tournament next monthOver een aankomend sportevenement praten
- I'm not very good at golfZeggen dat je beginner bent in een sport
- It helps with my backDe voordelen van een sport uitleggen
- I prefer swimming to runningEen voorkeur tussen twee sporten uitspreken
- I used to play football at schoolOver een sport praten die je vroeger deed
- Do you fancy a game of tennis?Voorstellen om een sport te spelen
Veelgemaakte fouten
I make sport every dayI do sport every day / I play sport every dayJe zegt niet make sport. Gebruik do sport (Brits) of benoem de specifieke sport met het passende werkwoord.
She can swimsShe can swimNa can gebruik je de werkwoordstam zonder to, nooit een vorm met -s.
I go to ski in winterI go skiing in winterBij go + bewegingsactiviteit gebruik je de vorm op -ing, niet de infinitief.
I play yogaI do yogaYoga is een individuele activiteit: gebruik do, niet play.
I play sport three times a weekI do sport three times a weekDo sport is gebruikelijk in Brits-Engels; in Amerikaans Engels hoor je vaker play sports.
She is good in swimmingShe is good at swimmingVoor vaardigheden zeg je good at, niet good in.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «rennen» in het Engels?
De echte tutor Engels woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

