🇬🇧 Engels · A2 · Hobby's en vrije tijd

Sport en vaardigheden

Toronto

Woordenschat

  • swimzwemmen
  • runrennen
  • cyclefietsen
  • skiskiën
  • climbklimmen
  • gymsportschool
  • tournamenttoernooi
  • teamteam
  • scorescore, scoren
  • winwinnen
  • loseverliezen
  • courtbaan, veld
  • coachcoach, trainer
  • warm upopwarmen

Can / Can't en play / do / go + sport

Can en can't om over vaardigheden te praten

  • I can swim very well. → Ik kan heel goed zwemmen.
  • She can't ski. → Zij kan niet skiën.
  • Can you ride a bike? → Kun je fietsen?

Let op: can verandert niet met de persoon — dus geen -s bij de derde persoon!

Play, do of go met sporten?

In het Engels hangt het werkwoord bij een sport af van het soort activiteit:

PLAY → balsporten of teamsporten:

  • play football, play tennis, play basketball, play golf

DO → individuele sporten, vechtsporten en fitnessactiviteiten:

  • do yoga, do gymnastics, do martial arts, do athletics

GO → activiteiten waarbij je beweegt (werkwoord op -ing):

  • go swimming, go skiing, go running, go cycling, go hiking

Voorbeelden

  • I play tennis twice a week. → Ik speel twee keer per week tennis.
  • She does yoga every morning. → Zij doet elke ochtend yoga.
  • We go cycling on weekends. → We fietsen in het weekend.
London

Uitdrukkingen

  • I go running three times a weekVertellen hoe vaak je sport
  • I can't swim very wellToegeven dat je een sport niet goed beheerst
  • We have a tournament next monthOver een aankomend sportevenement praten
  • I'm not very good at golfZeggen dat je beginner bent in een sport
  • It helps with my backDe voordelen van een sport uitleggen
  • I prefer swimming to runningEen voorkeur tussen twee sporten uitspreken
  • I used to play football at schoolOver een sport praten die je vroeger deed
  • Do you fancy a game of tennis?Voorstellen om een sport te spelen

Veelgemaakte fouten

  • I make sport every day
    I do sport every day / I play sport every day

    Je zegt niet make sport. Gebruik do sport (Brits) of benoem de specifieke sport met het passende werkwoord.

  • She can swims
    She can swim

    Na can gebruik je de werkwoordstam zonder to, nooit een vorm met -s.

  • I go to ski in winter
    I go skiing in winter

    Bij go + bewegingsactiviteit gebruik je de vorm op -ing, niet de infinitief.

  • I play yoga
    I do yoga

    Yoga is een individuele activiteit: gebruik do, niet play.

  • I play sport three times a week
    I do sport three times a week

    Do sport is gebruikelijk in Brits-Engels; in Amerikaans Engels hoor je vaker play sports.

  • She is good in swimming
    She is good at swimming

    Voor vaardigheden zeg je good at, niet good in.

Korte quiz

Vraag 1 van 5

Hoe zeg je «rennen» in het Engels?

Dit is de miniversie

De echte tutor Engels woont in de app

Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:

  • Gesprek

    Echte gesprekken met je AI-tutor

  • Luisteren

    Korte verhalen en dialogen met begripsvragen

  • Slimme kaarten

    Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet

  • Je coach Mio

    Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken