Problemen oplossen in het buitenland
Deze les is nog niet in jouw taal beschikbaar — hij wordt in het Engels getoond.
Woordenschat
- het probleemthe problem
- de ambassadethe embassy
- het politiebureauthe police station
- aangifte doento file a report
- het noodgevalthe emergency
- de reisverzekeringthe travel insurance
- bestolenrobbed/stolen from
- kwijtlost/missing
- de hulpdienstthe emergency service
- verdwalento get lost
- de vertragingthe delay
- de schadethe damage
Indirect Speech: "Hij zei dat..." and "Ze vroeg of..."
When reporting what someone said or asked, Dutch uses indirect speech with dat (that) for statements and of (whether/if) for questions.
Reporting Statements with Dat
Direct: "Ik ben bestolen." → Indirect: Hij zei dat hij bestolen was.
The verb moves to the end (SOV) and often shifts to past tense:
- "Er is een probleem." → Ze zei dat er een probleem was.
- "Je moet naar het politiebureau gaan." → Hij zei dat ik naar het politiebureau moest gaan.
Reporting Questions with Of
Direct: "Heeft u een reisverzekering?" → Indirect: Ze vroeg of ik een reisverzekering had.
- "Wilt u aangifte doen?" → Ze vroeg of ik aangifte wilde doen.
- "Waar is de ambassade?" → Ik vroeg waar de ambassade was.
Key Reporting Verbs
- zeggen dat → to say that
- vertellen dat → to tell that
- vragen of → to ask whether
- vragen + question word → to ask where/when/how
- uitleggen dat → to explain that
Tense Shift
Present → Past in indirect speech:
- is → was, zijn → waren, kan → kon, moet → moest, wil → wilde
Note: The tense shift is not always mandatory in Dutch, especially when the reported information is still true.
Uitdrukkingen
- Hij zei dat ik aangifte moest doen bi...indirect speech with dat + SOV
- Ze vroeg of ik mijn reisverzekering b...indirect question with of + SOV
- De agent vertelde dat hij het zou ond...indirect speech with zou for reported promise
- Ik ben mijn portemonnee kwijt. Kunt u...kwijt zijn for lost items
- Ze legde uit dat er een vertraging wa...uitleggen dat for reported explanation
- Ik vroeg waar het dichtstbijzijnde po...indirect question with question word + SOV
Veelgemaakte fouten
Hij zei dat ik moet naar het politiebureau gaan.Hij zei dat ik naar het politiebureau moest gaan.In indirect speech with dat, the verb goes to the end (SOV) and shifts to past tense: moet → moest.
Ze vroeg dat ik een reisverzekering had.Ze vroeg of ik een reisverzekering had.For reported yes/no questions, use of (whether/if), not dat (that).
Ik vroeg of waar was de ambassade.Ik vroeg waar de ambassade was.With question words (waar, wanneer), do not add of. The question word itself introduces the subclause.
Hij vertelde dat hij zal het onderzoeken.Hij vertelde dat hij het zou onderzoeken.In indirect speech, zal (will) shifts to zou (would), and the verb goes to the end.
Ik ben kwijt mijn paspoort.Ik ben mijn paspoort kwijt.Kwijt comes at the end of the sentence as a predicate: mijn paspoort kwijt, not kwijt mijn paspoort.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «the problem» in het Nederlands?
De echte tutor Nederlands woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

