Mio.
Lessen
Downloaden
🇳🇱 Nederlands · A2 · Over het verleden praten

Een weekend op het platteland

Deze les is nog niet in jouw taal beschikbaar — hij wordt in het Engels getoond.

Woordenschat

  • gegaanwent / gone
  • gefietstcycled
  • gereisdtraveled
  • gekomencame / come
  • gelopenwalked / ran
  • vertrokkendeparted
  • aangekomenarrived
  • geblevenstayed
  • gevallenfell / fallen
  • het plattelandthe countryside
  • de boerderijthe farm
  • de wandelingthe walk, hike

The Perfect Tense with "zijn"

Some Dutch verbs use zijn (to be) instead of hebben to form the perfect tense. These are typically verbs of motion or change of state.

Common verbs with zijn

  • gaan → ik ben gegaan (I went)
  • komen → ik ben gekomen (I came)
  • fietsen → ik ben gefietst (I cycled)
  • vertrekken → ik ben vertrokken (I departed)
  • blijven → ik ben gebleven (I stayed)

Example: "Ik ben naar de boerderij gefietst." → "I cycled to the farm."

How to know: hebben or zijn?

Use zijn with verbs that express:

  • Movement from A to B: gaan, komen, lopen, fietsen, rijden, vliegen
  • Change of state: worden, groeien, vallen, stoppen
  • Staying: blijven

All other verbs use hebben.

Negative and questions

The pattern is the same as with hebben:

  • Ik ben niet gegaan → I did not go
  • Ben je gefietst? → Did you cycle?

Example: "We zijn het hele weekend op het platteland gebleven." → "We stayed in the countryside all weekend."

Uitdrukkingen

  • Ik ben naar het park gegaanSaying you went to the park
  • We zijn gaan fietsenSaying you went cycling
  • Ben je al aangekomen?Asking if someone has arrived
  • Ik ben de hele dag geblevenSaying you stayed all day
  • We zijn vroeg vertrokkenSaying you departed early
  • Ik ben veel gelopenSaying you walked a lot

Veelgemaakte fouten

  • Ik heb gegaan
    Ik ben gegaan

    Gaan is a verb of motion, so it uses zijn, not hebben

  • Ik heb gefietst
    Ik ben gefietst

    Fietsen expresses movement from A to B, so it takes zijn

  • Ik ben gewerkt
    Ik heb gewerkt

    Werken does not express motion or change of state, so it uses hebben

  • Hij ben gekomen
    Hij is gekomen

    Zijn must be conjugated: ik ben, jij bent, hij/zij is, wij zijn

  • Ik ben niet gekomen niet
    Ik ben niet gekomen

    Use niet only once, placed after the conjugated verb

Korte quiz

Vraag 1 van 5

Hoe zeg je «stayed» in het Nederlands?

Dit is de miniversie

De echte tutor Nederlands woont in de app

Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:

  • Gesprek

    Echte gesprekken met je AI-tutor

  • Luisteren

    Korte verhalen en dialogen met begripsvragen

  • Slimme kaarten

    Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet

  • Je coach Mio

    Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken