Hoe heet je?
Woordenschat
- der Namenaam
- meinmijn
- deinjouw (informeel)
- Ihrjouw (formeel)
- ichik
- dujij (informeel)
- erhij
- siezij
- heißenheten
- werwie
- wiehoe
- unden
W-vragen (W-Fragen)
Duitse vraagwoorden beginnen, net als in het Engels, met een W:
- Wie — hoe / wat (Wie heißt du? — Hoe heet je?)
- Wer — wie (Wer ist das? — Wie is dat?)
- Wo — waar (Wo wohnst du? — Waar woon je?)
Wie heißen Sie? — Hoe heet je? (formeel)
Wie heißt du? — Hoe heet je? (informeel)
Persoonlijke voornaamwoorden
- ich — ik
- du — jij (informeel)
- er — hij
- sie — zij
- Sie — jij (formeel, altijd met hoofdletter)
Ich heiße Thomas. — Ik heet Thomas.
Er heißt Paul. — Hij heet Paul.
Let op: de vorm van heißen verandert met het onderwerp: ich heiße, du heißt, er/sie heißt.
Uitdrukkingen
- Wie heißt du?Hoe heet je? (informeel)
- Wie heißen Sie?Hoe heet je? (formeel)
- Ich heiße...Ik heet...
- Wer bist du?Wie ben je? (informeel)
- Ich bin aus DeutschlandIk kom uit Duitsland
- Und du?En jij? (informeel)
- Und Sie?En jij? (formeel)
Veelgemaakte fouten
Ich heiße bin AnnaIch heiße AnnaGebruik ofwel ich heiße of ich bin, maar niet allebei samen.
Mein Name sein AnnaMein Name ist AnnaHet werkwoord moet vervoegd worden: ist, niet sein.
Wie heißt Sie?Wie heißen Sie?Bij Sie (formeel) gebruik je heißen, niet heißt.
ich heiße AnnaIch heiße AnnaIch krijgt altijd een hoofdletter aan het begin van een zin.
Er heißen PaulEr heißt PaulBij er/sie gebruik je heißt, niet heißen.
Korte quiz
Vraag 1 van 5
Hoe zeg je «jij (informeel)» in het Duits?
De echte tutor Duits woont in de app
Lezen is een begin — Mio is gemaakt om te oefenen. De app voegt alles toe wat het web niet kan:
- Gesprek
Echte gesprekken met je AI-tutor
- Luisteren
Korte verhalen en dialogen met begripsvragen
- Slimme kaarten
Gespreide herhaling die woorden toont net voordat je ze vergeet
- Je coach Mio
Volgt je fouten en bouwt een dagplan rond je zwakke plekken

